Wijkhistorie: Groot-IJsselmonde

Groot-IJsselmonde is een grote wijk, qua inwonertal vergelijkbaar met plaatsen als Volendam en Heerenveen. De wijk ontleent zijn naam aan het dorp IJsselmonde aan de noordzijde; dit dorp is nu de buurt Oud-IJsselmonde waar circa 3500 mensen wonen. Het oude dorp heeft zich ontwikkeld rondom een kasteel dat in de elfde eeuw werd gebouwd ter bescherming van de monding van de Hollandse IJssel aan de overkant. Tot 1941 was IJsselmonde een aparte gemeente. Het hele eiland waarop behalve Rotterdam-Zuid ook Barendrecht en Zwijndrecht liggen heet trouwens ook IJsselmonde. Ten zuiden van het dorp is vanaf 1960 de wijk Groot-IJsselmonde ontwikkeld.

Na de ontwikkeling van Zuidwijk, Pendrecht en het Lage Land begon de gemeente eind jaren vijftig te werken aan verdere uitbreidingen. Eerst werd gestart met Ommoord en direct daarna met het oostelijk deel van Rotterdam-Zuid: Lombardijen ten westen van de spoorlijn naar Dordrecht en Groot-IJsselmonde ten oosten daarvan. De wijk Groot-IJsselmonde wordt in het noorden begrensd door de Stadionweg en de John F. Kennedyweg, in het westen door genoemde spoorlijn, in het zuiden door de grens met de gemeentes Ridderkerk en Barendrecht en in het oosten voornamelijk door de A16.

Het is een groot gebied met een aantal karakteristieke elementen die in het uiteindelijke plan zijn gehandhaafd: het oude dorp IJsselmonde aan de rivier met een kleine uitbreiding uit de jaren dertig en met het Stadion Feijenoord, de sportterreinen in het gebied Varkenoord in de noordwesthoek, de buurt Sportdorp van direct na de Tweede Wereldoorlog en vooral de oude verbindingswegen die zich op dijkjes door het gehele gebied slingeren. Overigens was het in het begin helemaal niet de bedoeling om die dijkjes te handhaven; ze waren ‘weggetekend’. Gelukkig is door het groeiend historisch besef hiervan later afgezien. Door de A16 en de Van Brienenoordbrug en vooral door het verkeersplein aan de voet ervan ligt het dorp IJsselmonde met de uitbreiding aan de westkant geïsoleerd van de rest van het gebied, waardoor het een geheel eigen sfeer heeft behouden.

Voor de ontsluiting is gekozen voor een mengvorm tussen radiaalwegen en een interne ringweg. De vier radiaalwegen, de Olympiaweg, de Kreekhuizenlaan, de Groeninx van Zoelenlaan en de Adriaan Volkerlaan komen in het midden samen in een verkeersknooppunt; nabij het spoorwegstation Lombardijen takt bovendien de IJsselmondse Randweg aan die aansluiting biedt op de A15. Al deze wegen kruisen de interne ringweg van waaruit de verschillende buurten ontsloten worden. De wegenstructuur is zo gekozen dat de bestaande dijkjes met de eraan gelegen oude lintbebouwing vrijwel geheel gespaard kon worden wat een deel van de buurten al vanaf het begin een specifieke identiteit gaf. De ringweg wordt voor het grootste deel begeleid door tramlijnen, aangevuld met busvervoer, waardoor de wijk een goed openbaar vervoerssysteem heeft. Deze vervoerslijnen doen ook het NS-station Lombardijen aan, aan de westkant van de wijk. Hier is ook het nieuwe Maasstad Ziekenhuis gelegen, dat o.a. het wat noordelijker gelegen St. Clara Ziekenhuis vervangt.

De wijk is opgezet als een krans van buurten, gescheiden door ruime groenstroken, met daarbij elk nog een interne groenstrook. Elke buurt heeft ook in de naamgeving een eigenheid: alle straatnamen in de buurt Hordijkerveld (genoemd naar de erlangs lopende Hordijk) eindigen op -dijk; die in de buurt Reijeroord op -oord; in de buurt Groenenhagen op -hagen; in de buurt Tuinenhoven op -tuin en die in Kreekhuizen op -kreek. In Sportdorp hebben de straatnamen met sport te maken. Alleen in de buurt Zomerland, die al in de jaren vijftig is gebouwd, zijn de straten genoemd naar vroegere hoogwaardigheidsbekleders in en om het historische dorp IJsselmonde. Binnen de ringweg liggen, naast delen van de omliggende buurten, vooral algemene voorzieningen, zoals scholen, het grote winkelcentrum Keizerswaard en het grote wijkpark De Twee Heuvels. Ook zijn hier vaak later ontwikkelde, iets duurdere woningen en complexen voor huisvesting van ouderen gebouwd (zie 5.030 en 5.056). Binnen elke buurt zijn ook kleine winkelcomplexen gerealiseerd waarvan een deel, als gevolg van de schaalvergroting, nauwelijks meer functioneert.

De wijk was bedoeld voor werknemers uit de haven en als overloop voor de noordoever. De woningnood was nog hoog. Stedenbouwkundig ontwerper Peter van Drimmelen koppelde de wijkgedachte aan een antroposofische opvatting over de mens en de samenleving. De woonwijk moest een rustige tegenwicht vormen voor de moderne, complexe maatschappij. Het opgroeiende kind kon binnen de woonomgeving geleidelijk de maatschappij worden binnengeleid. De groenstructuur vormt een belangrijk onderdeel van Van Drimmelens sociale intenties.

De buurt Zomerland, kort na de oorlog gebouwd naar een plan van Granpré Molière Verhagen en Kok, bevat het hele scala van woningsoorten: van een villa en eengezinsrijenhuizen tot portieketageblokjes en galerijflats met 10 woonlagen (zie 3.026). De doelgroep was vooral middenstand. De overige buurten zijn oorspronkelijk voornamelijk ontwikkeld met sociale woningbouw. Anders dan bijvoorbeeld in Pendrecht en in Zomerland is er in de rest van Groot-IJsselmonde veel minder sprake van gemengde woningdifferentiatie. In Kreekhuizen staan bijvoorbeeld vrijwel alleen eengezinswoningen; in Reijeroord staan alleen flatblokken van vier lagen. De buurt Tuinenhoven sluit aan bij het zuidelijk deel van het oude dorp langs de Koninginneweg, met vooral eengezinswoningen. De architectonische expressie wordt bepaald door de seriematige herhaling.
Vanaf 1999 zijn herstructureringsplannen ontwikkeld voor Groot-IJsselmonde. Het centrumgebied is vernieuwd en sommige buurten zijn verdicht. Vooral in Groenenhagen en Tuinenhoven zijn goedkope portieketageflats gesloopt en vervangen door grondgebonden woningen en etagewoningen. Op het gebied van hedendaagse seniorenhuisvesting vormen de Kreilerburcht en de Plussenburgh inspirerende voorbeelden. FH

___
literatuur:
K. Zweerink (red.) - Van Pendrecht tot Ommoord, Thoth Bussum, 2005