Wijkhistorie: Katendrecht

Katendrecht is een langgerekt schiereiland in de Nieuwe Maas begrensd door Rijn- en Maashaven. Katendrecht, bijgenaamd de Kaap, ligt in de deelgemeente Feijenoord. De wijk huisvestte vooral havenarbeiders en kreeg bekendheid als rosse buurt van Rotterdam. Door de stadsvernieuwing verdween de prostitutie van Katendrecht. In de eenentwingste eeuw is Katendrecht opnieuw van karakter veranderd door grootscheepse nieuwbouw.

Terwijl Rotterdam op de noordoever van de Maas uitgroeide tot een aanzienlijke stad lagen op de zuidoever polders en groengebieden. Welvarende Rotterdammers bouwden hun landhuizen op de zuidoever in het mooie Katendrecht of Charlois.

Het dorp Katendrecht, ontstaan in de middeleeuwen, had een belangrijke rol als oversteek- en rustplaats op de route van Amsterdam naar Antwerpen. Nog steeds verwijzen straatnamen als Tolhuislaan, Veerlaan en Pontveer naar deze functie. Naast herbergen en logementen waren er villa's en buitenhuizen voor welvarende Rotterdammers. Katendrecht was populair door de fraaie ligging aan het water dichtbij Rotterdam. 

Rond 1850 worden de eerste plannen voor nieuwe havens op de zuidoever van de Maas gemaakt onder leiding van Lodewijk Pincoffs. Na 1880 worden onder leiding van stadsarchitect G.J. de Jongh de plannen uitgebreid en uitgevoerd. Er worden grote havenbekkens toegankelijk voor grote zeeschepen aangelegd. Op het door Rotterdam geannexeerde grondgebied van Charlois wordt eerst de Rijnhaven en daarna de Maashaven gegraven. Zo ontstaat het schiereiland Katendrecht.

Door de aanleg van de Willemsbrug en de spoorverbinding naar Antwerpen verliest Katendrecht eind negentiende eeuw in korte tijd haar belangrijke functie als oversteek- en pleisterplaats. Bovendien verslechterden de leefomstandigheden halverwege de negentiende eeuw snel door de enorme expansie van de haven en de toestroom van nieuwe havenarbeiders. Het dorp was niet langer aantrekkelijk voor de gegoede burgerij. Het oorspronkelijke dorp Katendrecht, met 700 woningen en 3200 inwoners, is tussen 1898 en 1908 volledig gesloopt.

Er wordt een geheel nieuwe arbeiderswijk volgens de dan heersende regels gebouwd. Het stratenplan, dat op het gebied van hygiëne, preventie van bouwvalligheid en brandgevaar strikt de regels van de bouwverordening uit 1887 volgt, komt waarschijnlijk uit de koker van De Jongh, die tussen 1879 en 1910 directeur van Gemeentewerken is. Net als in andere wijken uit die periode bestaat het stedenbouwkundig plan uit een structuur van loodrecht op elkaar staande straten. Aan de kades van de nieuwe Rijn- en Maashaven vindt niet de gebruikelijke overslag plaats van stukgoed, maar van massagoed, voornamelijk kolen en erts. Door de mechanisering van de massagoedoverslag en het gebruik van elektrische laadbruggen op de kades met spoorlijnen en aanvoerwegen wordt de woonwijk Katendrecht echter minder groot dan oorspronkelijk beoogd.

Op Katendrecht woonden voornamelijk havenarbeiders, veelal berooide landarbeiders afkomstig uit Noord-Brabant en Zeeland die hun geluk zochten in de stad. Zij hadden niets te besteden of te kiezen en waren blij een betaalbare woning te vinden. Op Katendrecht waren de huren het laagste van heel Rotterdam. Veel van de gezinnen werden gezien als probleemgevallen en verhuizing uit de Kaap naar nieuwe wijken was slechts mogelijk als een gezin kon aantonen 'gebroken te hebben met de onregelmatige en problematische levenswijze die zo gevaarlijk geacht werd'.

Door de Eerste Wereldoorlog vallen veel havenactiviteiten stil en worden veel goedkope zeelieden uit het Verre Oosten, vooral Chinezen en Javanen, gedumpt in de Rotterdamse haven. [alternatieve tekst: Vanaf 1900 worden Chinese zeelieden als goedkope arbeidskrachten en stakingsbrekers naar Europa gehaald.] De Chinezen vestigen zich vooral op Katendrecht en wel zo massaal dat er al in 1920 wordt gesproken van het grootste Chinatown van Europa. Met hen komen er eethuizen, pensions (boarding-houses), speelhuizen en opiumkitten op Katendrecht. Door de grote hoeveelheid zeelieden (=mannen) en havenarbeiders, de lage huren en de vele danshuizen en cafés vestigen ook steeds meer prostituees zich op Katendrecht. Vooral nadat zij uit de binnenstad zijn verdreven door het in 1911 ingevoerde bordeelverbod, dat niet geldt op de Kaap. Bijkomend voordeel is de geïsoleerde ligging. Ook is het schiereiland gemakkelijk af te sluiten door de politie.

Katendrecht wordt na het bombardement van het centrum dé uitgaansplek van Rotterdam tijdens de oorlog. Daarbij speelt mee dat Duitse soldaten de Kaap niet op mogen vanwege het gevaar op geslachtsziekten. Door de geringe Duitse controle vinden onderduikers er een plek en in de cafés wordt zelfs de verboden Amerikaanse jazzmuziek gespeeld. Aan het eind van de oorlog blazen de Duitsers de kades en haveninstallaties van Katendrecht op. Hierdoor worden bijna 1500 woningen op Katendrecht onbewoonbaar.

Na de oorlog bloeit de detailhandel en de horeca van Katendrecht als nooit tevoren. Tot 1970 gaat dat vrijwel zonder problemen, maar de sfeer wordt wel steeds grimmiger en rauwer. Meer en meer bordeelhouders en souteneurs kopen panden op en vestigen in vrijwel elke straat een bordeel versierd met opzichtige lichtreclames. In 1972 zijn er 121 bordelen met daarin 385 prostituees. De omwonenden komen in verzet tegen de terreur van de pooiers.

In 1974 start in Rotterdam de stadsvernieuwing en de gemeente koopt op grote schaal woningen op van particuliere eigenaren. Dat verandert de eigendomsverhoudingen in enkele wijken drastisch en maakt de weg vrij voor grootscheepse wijkaanpak met sloop en nieuwbouw of renovatie. Onder druk van de goed georganiseerde bewoners wordt ook op Katendrecht de stadsvernieuwing gestart. Belangrijk is de toezegging de overlastgevende prostitutie uit de wijk te verwijderen. 850 woningen en 57 bedrijfsruimten worden gerenoveerd en op de kop van de Kaap worden de 1e en 2e Katendrechtsehaven gedempt om plaats te maken voor 750 nieuwbouwwoningen. Alle bordelen worden gesloten en de cafés liepen leeg. De bedrijven aan de kades zijn verhuisd naar andere delen van de haven en een grote herstructurering vindt plaats. Eind jaren tachtig is de wereldberoemde zeemanswijk historie geworden.

In 2004 wordt besloten een miljard euro te investeren in de fysieke, sociale en economische kwaliteiten van Rotterdam-Zuid. Dit gebeurt naar aanleiding van een groot onderzoek naar tevredenheid van bewoners van de stad. Het Pact op Zuid wordt gelanceerd, een bijzonder samenwerkingsverband tussen de gemeente Rotterdam, de drie deelgemeenten Charlois, Feijenoord en IJsselmonde en vier woningcorporaties met als doel om in tien jaar tijd de achterstand van Rotterdam-Zuid weg te werken. Het Pact op Zuid speelt voor Katendrecht een belangrijke rol. Het voormalige cruiseschip ss Rotterdam krijgt een vaste ligplaats in de Maashaven en wordt een toeristische trekker. Het Deliplein wordt gerenoveerd met behoud van de authentieke geveldetails en de bedrijfsruimtes worden onder streng toezicht verhuurd aan functies die passen binnen het 'eat & meet'-concept. Om meer diversiteit in woningtypes en inkomensgroepen te realiseren worden nieuwe woningen gebouwd op het Katendrechtse hoofd en later langs de Maashaven. Een nieuw wijkpark verbindt de oude en nieuwe wijkdelen. Een brug voor langzaam verkeer verbindt Katendrecht in 2012 met de Wilheminapier.

In 2011 zijn vrijwel alle nieuwbouwwoningen gereed en verkocht of verhuurd. De herstructurering is echter nog niet voorbij. De aandacht wordt nu gericht op het zgn. polsgebied, de smalle strook aan het begin van Katendrecht. Daar wordt het European China Center met woningen, voorzieningen en kantoorruimte voor Chinese bedrijven gebouwd. MV

___
literatuur:
Hans Soeters - De Kaap. Het woelige leven op het Rotterdamse schiereiland, Rotterdams Nieuwsblad Rotterdam, z.j. (1982)
Han Meyer - Operatie Katendrecht. Demokratisering van het sociaal beheer van de stad, SUN Nijmegen, 1983
Paul van de Laar, Mies van Jaarsveld - Historische Atlas Rotterdam. De groei van de stad in beeld, SUN Amsterdam, 2004
www.opkatendrecht.nl