Bouwgeschiedenis: In 1902 vestigde de RDM zich op de westelijke kop van de reeds gegraven Waalhaven aan de zuidzijde van de Maas. De droogdokken werden gebouwd voor het repareren van zeeschepen. Vanaf 1905 kreeg de RDM orders voor het bouwen van schepen en het bedrijf groeide explosief. In 1913 kreeg het bedrijf de naastgelegen grond in erfpacht om woningen te bouwen voor diens arbeiders. Vanaf midden jaren negentig heeft de huidige woningbouwcorporatie Woonbron de huurwoningen van het dorp overgenomen. De overige 10% is particulier woningbezit.
Stedenbouwkundige context: De architect/stedenbouwkundige, Baanders, werd aangesteld en kreeg van directeur De Gelder de opdracht om een tuindorp te bouwen. Baanders liet zich inspireren door Engelse en Duitse tuinsteden die vanaf het einde van de 19e eeuw waren ontwikkeld. In zijn ontwerp besteedde hij ruim aandacht aan het groen in het dorp, wat een dubbele oppervlakte had ten opzichte van de bebouwing (44 woningen per hectare). De eerste fase van de bouw van het dorp bestond uit 432 eengezinswoningen, één kerkgebouw voor diverse geloven (later 3 afzonderlijke kerken), een schoolgebouw, een jonggezellenhuis, een ‘winkelcentrum’, een ‘waschgebouw’, een zwembad en een ontspanningsgebouw. Het stratenpatroon werd verlevendigd door gelijke typen woningen samen te voegen in kleine en grote bouwblokken. Door het maken van sprongen en curves in de blokken ontstonden er pleintjes en plantsoenen die werden verfraaid met pergola’s en vijvertjes. In totaal zijn er 6 woningtypen in blokken door elkaar heen gebouwd en stonden aan de rand van het dorp, in een aparte straat aan de Heysehaven, woningen voor de directeuren en onder andere de bedrijfsarts. In de jaren dertig is het dorp in zuidelijke richting uitgebreid en in de jaren vijftig, met een tussengelegen centrale groenstrook, in westelijke richting met een moderner woningtype. Sinds 1983 is ‘de droogdok’ niet meer operationeel als droogdokmaatschappij en hebben vele afzonderlijke bedrijven de loodsen betrokken. Het dorp werd als het ware losgekoppeld van de fabrieken. Vanaf 2000 zien gemeente en corporatie opnieuw de potentie van het dorp en het voormalige RDM-terrein en hebben in overleg met vele partijen plannen gemaakt voor hergebruik van de loodsen en de herstructurering van het dorp. Een deel van het RDM-terrein is inmiddels in gebruik door diverse Rotterdamse vervolgopleidingen; in het dorp zijn initiatieven genomen om het woonklimaat te verbeteren. De woningen uit de jaren vijftig zijn de afgelopen jaren gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
Voorzieningen: Alle woningen hadden een aparte keuken en een eigen privaat. Alle vertrekken werden gestukadoord en behangen opgeleverd. Onder het aanrecht kon een badkuip geplaatst worden. Woningen op de begane grond hadden een ruime achter- en vaak ook voortuin. Woningen op de verdieping een balkon en uitzicht over het dorp. Het dorp kent nog steeds een actief verenigingsleven wat plaatsvindt in de diverse verenigingsgebouwen op het dorp. Losse kasten en ledikanten werden door De Maatschappij in bruikleen aangeboden. Gaslampen werden vrij snel vervangen door elektrische verlichting.
Constructie: Metselwerk, houten kozijnen en vloeren, zadeldaken met dakpannen.
Renovatie: De kwaliteit van de woningen is erg goed. Begin jaren ‘90 zijn de huurwoningen voorzien van nieuwe kozijnen en zijn de woningen naar de maatstaven van toen geïsoleerd. LvZ
___
Referenties:
TUINDORP HEIPLAAT, hofdrukkerij ARPS & Zoon
www.heijplaat.com